Image Image Image Image Image
Scroll to Top

To Top

Meldpicht Archieven -

02

Dec
2015

In Voetbalwet

By Christian Visser

Door officier van justitie opgelegde meldplicht (Voetbalwet) is geen succes

On 02, Dec 2015 | In Voetbalwet | By Christian Visser

Sinds de invoering van de Voetbalwet kan de officier van justitie een gedragsaanwijzing opleggen. In dit artikel leg ik uit wat zo’n gedragsaanwijzing inhoudt en wat de bezwaren ertegen zijn.
Read more…

Toen de voetbalwet in 2010 zijn intrede deed, werd ook art. 509hh in het Wetboek van Strafvordering opgenomen. Dit artikel geeft de officier van justitie de mogelijkheid de volgende gedragsaanwijzingen op te leggen:
•    Gebiedsverbod
•    Contactverbod
•    Meldplicht
•    Hulpverleningsplicht
De officier van justitie kan een gedragsaanwijzing opleggen aan een verdachte waartegen ernstige bezwaren (lees: een stevige verdenking)  bestaan t.a.v. een strafbaar feit:
a.    waardoor de openbare orde ernstig verstoord is en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat
b.    in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens personen
c.    in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens goederen

Een gedragsaanwijzing mag worden opgelegd voor 90 dagen en kan drie keer met 90 dagen worden verlengd. Overtreding van de gedragsaanwijzing is strafbaar. Een verdachte kan door indiening van een beroepschrift een gedragsaanwijzing aanvechten. De advocaten van ons kantoor zijn goed in staat zo’n beroepschrift op te stellen en in te dienen. Naar aanleiding van het beroepschrift zou er zo spoedig mogelijk een zitting moeten plaatsvinden.
Aan de gedragsaanwijzing kleven twee – grote –  bezwaren. Ten eerste is de rechtsbescherming niet afdoende. Ten tweede blijkt de politie niet in staat om de meldplicht goed te faciliteren. De rechtsbescherming is niet afdoende, omdat het vaak lang duurt voordat een beroepschrift tegen een gedragsaanwijzing wordt behandeld door de raadkamer. Een beroepschrift heeft geen schorsende werking. De gedragsaanwijzing blijft dus van kracht ondanks het ingediende beroepschrift.  Daardoor komt het voor dat verdachten zich al vele malen moeten melden zonder dat zij de kans hebben om de gedragsaanwijzing  aan te vechten. Als uiteindelijk blijkt dat de aanwijzing ten onrechte is opgelegd, krijgt een verdachte geen schadevergoeding.
Politiebureaus blijken slecht in staat een meldingsplicht te verwerken. Zo komt het regelmatig voor dat het bureau waar een verdachte zich moet melden niet op de hoogte is van de gedragsaanwijzing. Bovendien zijn veel bureaus ‘s avonds gesloten waardoor verdachten ver moeten reizen om zich te kunnen melden.

Ik geef twee voorbeelden uit de praktijk.

De heer A. werd verdacht van openlijke geweldpleging. Hij kreeg een meldplicht opgelegd. Omdat het politiebureau in de stad waar hij woonde ‘s avonds dicht was, moest hij zich op een bureau in een andere stad melden. Dit betekende dat hij een uur heen en uur terug met het openbaar vervoer moest reizen. Zijn advocaat diende een beroepschrift in. Dit werd pas behandeld nadat de heer A. zich al vijf van de acht keer had gemeld. De gedragsaanwijzing werd opgeheven. Uiteindelijk werd ook de strafzaak betreffende de openlijke geweldpleging geseponeerd. De heer A. deed een verzoek tot schadevergoeding, maar kreeg de schade, onder andere de reiskosten, niet vergoed.

De heer B. werd ook verdacht van openlijke geweldpleging en aan hem werd ook een meldplicht opgelegd. De brief waarin de meldplicht aan hem bekend werd gemaakt werd echter naar een verkeerd adres gestuurd. Na twee maanden werd de heer B. aangehouden en moest hij een nacht in de cel verblijven. Pas de volgende ochtend ontdekte justitie de fout. De heer B. werd vrijgelaten, maar kreeg alsnog een meldplicht uitgereikt. Hij moest zich nog twee keer melden. Toen hij dit deed, hadden ze op het politiebureau geen idee wat hij daar kwam doen. Gelijk toen hij de meldplicht uitgereikt kreeg, tekende hij beroep aan. Het beroep kon echter niet meer worden behandeld voor de meldplicht ten einde was.

Art. 509hh Sv biedt onvoldoende rechtsbescherming en zou derhalve moeten worden herzien.

Tags | ,