Image Image Image Image Image
Scroll to Top

To Top

Blog -

03

Jan
2016

In Matchfixing

By Christian Visser

Matchfixing in Nederland

On 03, Jan 2016 | In Matchfixing | By Christian Visser

Sinds enige tijd is matchfixing een ‘hot topic’. Matchfixing is – kort gezegd – het manipuleren van sportwedstrijden ten behoeve van mensen die gokken op deze wedstrijden.

Read more…

De fixer is degene die spelers omkoopt, zodat het voor de gokker gunstige resultaat behaalt wordt. Daarbij kan gedacht worden aan expres verliezen, een keeper die bewust een doelpunt doorlaat, maar ook aan het weggeven van een corner of een overtreding begaanwaardoor een gele kaart wordt verkregen.  Uiteraard komt het ook voor dat scheidsrechters worden omgekocht.

In Nederland bestaat nauwelijks jurisprudentie over matchfixing.  Er zijn de afgelopen jaren  geen mensen vervolgd voor matchfixing. De vraag is of matchfixing in Nederland strafbaar is. En zo ja, op basis waarvan dan wel.

In Nederland bestaat geen aparte wet waarin in matchfixing strafbaar is gesteld zoals in Italië en Portugal. Ook staan er in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht geen aparte artikelen met betrekking tot matchfixing zoals in Bulgarije en Spanje.

In Nederland valt matchfixing onder ‘oplichting’ (art. 326 Sr). Voor oplichting is opzet vereist. Een speler die verdacht wordt van oplichting zal in veel gevallen kunnen aanvoeren dat hij de bal zonder opzet achter zijn eigen keeper schoot. Men kan een bal immers ook verkeerd raken.  Ook voor fixers geldt dat zaken tegen hen moeilijk te bewijzen zullen zijn.  Dat zit hem in het laatste geval meer in het bewijstechnische aspect. Een fixer zal over het algemeen weinig sporen na laten. Conversaties met spelers of scheidsrechter zullen mondeling en één op één worden gevoerd. Geldstromen zullen contant zijn en daarom moeilijk traceerbaar.

Een speler of scheidsrechter die geld aanneemt van een fixer zou ook strafbaar kunnen zijn op grond van ‘omkoping van anderen dan een ambtenaar’ (art. 328ter Sr). Dit delict is over het algemeen eenvoudiger te bewijzen. Een verdachte is al strafbaar als hij geld aanneemt voor werkzaamheden in dienstbetrekking  en dit in strijd met de goeder trouw verzwijgt aan zijn werkgever. Een omgekochte speler zal hier in het algemeen geen melding van maken aan zijn club en hij maakt zich daardoor schuldig aan omkoping. Dat maakt dat een onverklaarbare geldstroom in de richting van een speler of scheidsrechter reeds voldoende kan zijn. Echter, contante geldstromen zijn vaak moeilijk aantoonbaar.

Al geruime tijd lees ik berichten over omgekochte wedstrijden in Nederland. Strafzaken heeft dit nog niet opgeleverd. De vraag is of dat zo blijft.

Tags | , ,

02

Dec
2015

In Voetbalwet

By Christian Visser

Door officier van justitie opgelegde meldplicht (Voetbalwet) is geen succes

On 02, Dec 2015 | In Voetbalwet | By Christian Visser

Sinds de invoering van de Voetbalwet kan de officier van justitie een gedragsaanwijzing opleggen. In dit artikel leg ik uit wat zo’n gedragsaanwijzing inhoudt en wat de bezwaren ertegen zijn.
Read more…

Toen de voetbalwet in 2010 zijn intrede deed, werd ook art. 509hh in het Wetboek van Strafvordering opgenomen. Dit artikel geeft de officier van justitie de mogelijkheid de volgende gedragsaanwijzingen op te leggen:
•    Gebiedsverbod
•    Contactverbod
•    Meldplicht
•    Hulpverleningsplicht
De officier van justitie kan een gedragsaanwijzing opleggen aan een verdachte waartegen ernstige bezwaren (lees: een stevige verdenking)  bestaan t.a.v. een strafbaar feit:
a.    waardoor de openbare orde ernstig verstoord is en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat
b.    in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens personen
c.    in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens goederen

Een gedragsaanwijzing mag worden opgelegd voor 90 dagen en kan drie keer met 90 dagen worden verlengd. Overtreding van de gedragsaanwijzing is strafbaar. Een verdachte kan door indiening van een beroepschrift een gedragsaanwijzing aanvechten. De advocaten van ons kantoor zijn goed in staat zo’n beroepschrift op te stellen en in te dienen. Naar aanleiding van het beroepschrift zou er zo spoedig mogelijk een zitting moeten plaatsvinden.
Aan de gedragsaanwijzing kleven twee – grote –  bezwaren. Ten eerste is de rechtsbescherming niet afdoende. Ten tweede blijkt de politie niet in staat om de meldplicht goed te faciliteren. De rechtsbescherming is niet afdoende, omdat het vaak lang duurt voordat een beroepschrift tegen een gedragsaanwijzing wordt behandeld door de raadkamer. Een beroepschrift heeft geen schorsende werking. De gedragsaanwijzing blijft dus van kracht ondanks het ingediende beroepschrift.  Daardoor komt het voor dat verdachten zich al vele malen moeten melden zonder dat zij de kans hebben om de gedragsaanwijzing  aan te vechten. Als uiteindelijk blijkt dat de aanwijzing ten onrechte is opgelegd, krijgt een verdachte geen schadevergoeding.
Politiebureaus blijken slecht in staat een meldingsplicht te verwerken. Zo komt het regelmatig voor dat het bureau waar een verdachte zich moet melden niet op de hoogte is van de gedragsaanwijzing. Bovendien zijn veel bureaus ‘s avonds gesloten waardoor verdachten ver moeten reizen om zich te kunnen melden.

Ik geef twee voorbeelden uit de praktijk.

De heer A. werd verdacht van openlijke geweldpleging. Hij kreeg een meldplicht opgelegd. Omdat het politiebureau in de stad waar hij woonde ‘s avonds dicht was, moest hij zich op een bureau in een andere stad melden. Dit betekende dat hij een uur heen en uur terug met het openbaar vervoer moest reizen. Zijn advocaat diende een beroepschrift in. Dit werd pas behandeld nadat de heer A. zich al vijf van de acht keer had gemeld. De gedragsaanwijzing werd opgeheven. Uiteindelijk werd ook de strafzaak betreffende de openlijke geweldpleging geseponeerd. De heer A. deed een verzoek tot schadevergoeding, maar kreeg de schade, onder andere de reiskosten, niet vergoed.

De heer B. werd ook verdacht van openlijke geweldpleging en aan hem werd ook een meldplicht opgelegd. De brief waarin de meldplicht aan hem bekend werd gemaakt werd echter naar een verkeerd adres gestuurd. Na twee maanden werd de heer B. aangehouden en moest hij een nacht in de cel verblijven. Pas de volgende ochtend ontdekte justitie de fout. De heer B. werd vrijgelaten, maar kreeg alsnog een meldplicht uitgereikt. Hij moest zich nog twee keer melden. Toen hij dit deed, hadden ze op het politiebureau geen idee wat hij daar kwam doen. Gelijk toen hij de meldplicht uitgereikt kreeg, tekende hij beroep aan. Het beroep kon echter niet meer worden behandeld voor de meldplicht ten einde was.

Art. 509hh Sv biedt onvoldoende rechtsbescherming en zou derhalve moeten worden herzien.

Tags | ,

10

Nov
2015

In Hooligans

By Christian Visser

Aanpak hooligan kan nu ook al

On 10, Nov 2015 | In Hooligans | By Christian Visser

Uit onderstaande ingezonden brief blijkt dat er al voldoende middelen zijn om de hooligan aan te pakken.

Afgelopen donderdag kwam de Tweede Kamer bijeen om samen met betrokken partijen te spreken over de zogenaamde Voetbalwet. Deze wet voldoet volgens vele volksvertegenwoordigers niet; “De wet is te soft,” zo stelde de heer De Mos van de PVV.

Read more…

Sinds september 2010 is de voetbalwet van kracht. Deze wet, die preciezer “maatregel voetbalvandalisme en ernstige overlast” heet, zou Maasgebouwrellen, aangevallen keepers en ongeregeldheden zoals rondom de voetbalwedstrijd FC Utrecht- FC Twente moeten voorkomen.

In tegenstelling tot wat de uitdrukking ‘Voetbalwet’ doet vermoeden, is het niet een aparte wet, maar betreft het aanpassing van en aanvullingen bij de Gemeentewet, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht.

Op dit moment bestaan civielrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke mogelijkheden om hooliganisme te voorkomen. Het civielrechtelijk traject bestaat uit een stadionverbod en een boete. Het stadionverbod wordt opgelegd door de club en/of de KNVB en geldt voor alle stadions in Nederland. Bovendien geldt het voor wedstrijden in het buitenland waarbij een Nederlandse club betrokken is. Er zit in principe geen maximale tijdsduur aan. Handhaving is een verantwoordelijkheid van de clubs en dus geen overheidstaak.

Het bestuursrecht biedt de burgemeester de mogelijkheid om groepsverboden, meldplichten en omgevingsverboden op te leggen. Met een omgevingsverbod kan de burgemeester een raddraaier uit de buurt van het stadion verbannen. Deze maatregelen gelden in beginsel voor drie maanden, maar kunnen drie maal verlengd worden tot maximaal een jaar. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kan er na dat jaar een nieuw omgevingsverbod worden opgelegd.

Tot slot geldt voor hooligans, net als voor iedere burger, het gewone strafrecht. Iedere strafrechter in Nederland heeft daarenboven de mogelijkheid een stadionverbod op te leggen.

De civielrechtelijke, bestuursrechtelijke en strafrechtelijke maatregelen kunnen naast elkaar en tegelijkertijd worden opgelegd. Met andere woorden: het lijkt er op dat er mogelijkheden te over zijn om hooligans aan te pakken.

 

Lobby KNVB

Desalniettemin lobbyt de KNVB vooruitlopend op de evaluatie van de wet in april, voor strengere regelgeving met betrekking tot voetbalevenementen en dus voor een aanpassing van de Voetbalwet. In een reportage van het televisieprogramma ‘Eenvandaag’ van 24 januari werd de visie van de KNVB verwoord. De bond stelt dat er “op dit moment <…> onvoldoende middelen zijn om op te treden tegen mensen die zelf niet aantoonbaar iets doen, maar door onderdeel uit te maken van een groep de overige leden aanmoedigen in hun gedrag.” In de media worden deze mensen als ‘meeloophooligans’ omschreven.

Ook CDA-Tweede Kamerlid Çörüz meent dat de meeloophooligan aangepakt zou moeten worden. Hij stelt naar aanleiding van de bijeenkomst in het parlement op 24 januari dat degene die meeloopt en niks doet, pech heeft gehad. ‘Dan ben je ook verantwoordelijk. Je had genoeg tijd om bij dat tuig weg te gaan’.  En dat alles onder het motto ‘Je was erbij, je bent erbij’.

 

Art. 141 Openlijke geweldpleging

De kritiek van de KNVB en Çörüz richt zich dus eigenlijk niet zozeer op de voetbalwet, maar op de reikwijdte van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht, openlijke geweldpleging. Artikel 141 Sr verbiedt geweld tegen goederen en personen en wordt daarom in de praktijk gebruikt voor de vervolging van kermisrellen, Nieuwjaarsrellen en bovenal voetbalrellen.

Die reikwijdte is al ruim. Sterker nog: het artikel ondervangt het door Çörüz en de KNVB gestelde probleem van de meeloophooligan. Het schreeuwen, aanmoedigen en niet tijdig weglopen bij rellen is strafbaar op grond van artikel 141 Sr. In het verleden heeft hoogste rechtscollege van Nederland, de Hoge Raad, niettemin bepaald dat het principe ‘je was er bij, je bent er bij’ niet geldt.

Dit is niet zonder reden, zo menen de schrijvers dezes. Dit adagium leidt er namelijk toe dat een van de belangrijkste principes in het Nederlandse strafrecht, namelijk dat men niet gestraft kan worden zonder enige mate van verwijtbaarheid, overboord wordt gegooid.

Omdat noch de voetbalwet, noch artikel 141 Sr zich beperkt tot voetbalhooligans, leidt het idee van Çörüz tot een onwenselijke situatie. Het maakt het zich in een groep bevinden tot een uiterst risicovolle aangelegenheid, waarbij deelname aan een politieke demonstratie al helemaal af te raden is. Immers, wanneer iemand buiten uw zicht en wetenschap om geweld gebruikt, bent u ook strafbaar. Alle studenten die zich vorig jaar op het Malieveld bevonden toen staatssecretaris Halbe Zeilstra werd bekogeld, zouden in dat geval strafbaar zijn.

De door de KNVB en Çörüz gewenste aanpassingen van de Voetbalwet zijn zinloos en voor de bühne, want de huidige regelgeving is al ruim voldoende om iedere relschopper, en dus ook de meeloophooligan, te vervolgen en te bestraffen.

Mr. C.J.J. Visser is strafrechtadvocaat bij Meijers Canatan advocaten te Amsterdam.

Mr. D.P. Hein is strafrechtadvocaat bij Korvinus Van Roy & Zandt advocaten te Amsterdam.

Tags | ,